Voor de komst van de trekkers op de boerderij rond 1945 werd in Puiflijk bijna al het werk door paarden gedaan.

Om de zware klei te bewerken had men voor een schaarploeg drie stevige trekpaarden nodig. Er waren ongeveer 3 dagen nodig om een hectare te ploegen.

De drie paarden voor de ploeg hadden allemaal een eigen karakter. Hiermede moest je rekening houden bij het aanspannen van de paarden voor de ploeg. Een ijverig paard kreeg de middelste plek van de drie en was tevens de gangmaker. Een lui paard kreeg een plek links voor de ploeg, doordat hij wat achterbleef, bleef de ploeg beter lopen.

Ook werden 3 paarden gebruikt voor het trekken van de korenmaaier-zelfbinder in de zomer, waarbij het mechanisme van maaien en schoven binden via de wielen werd aangedreven.

Voor het mennen en vooruit jagen van de werkpaarden was een kracht nodig, en de ploeg en machine werden door een volwassene bediend. De tieners van de boerderijen werden als snel met dit werk mede belast om het werk gereed te krijgen. Als jongeman heb ik meegemaakt dat na een lange werkdag eerst de paarden werden verzorgd en daarna kwam je zelf aan de beurt voor eten en drinken.

In het dorp Puiflijk was een klein loondorsbedrijf gevestigd dat met dorskast en petroleumtrekker voor het vervoer en aandrijving van de dorsmachine, op vele boerenerven enkele dagen het geoogste graan in de winter kwam dorsen..

Met een grote lange aandrijfriem werd vanaf de poelie van deze trekker de gehele dorskastmachine aangedreven..

Buiten de dorsseizoen werd deze zgn blauwe reiger trekker ook ingezet om andere zaken op de landerijen mee te bewerken.

Mijn vader had een lange akker bouwland dat bestond uit zware rivierklei dat met 3 of 4 paarden werd geploegd. Het mennen van dit koppel paarden bij het draaien op de kopeinden van de akkers, kostte relatief veel tijd. Voor deze ploeg werd de trekker geplaatst die met een losse ketting aan de trekker was bevestigd. Het werk ging hiermede 2 maal zo vlug.

 

De brandstofvoorziening voor deze trekker.

Enkele dagen tevoren werd een vat van 200 liter petroleum op het kopeinde van de akker geleverd door een oliehandelaar. Met een hevelpompje werd de tank van de trekker vaak bijgevuld. Na het ploegen van de akker was het vat bijna leeg en het land geploegd.

Het voordeel was: geen verzorging van de trekpaarden en geen haver als krachtvoer voor de paarden. Na dit werk draaide je de sleutel van de trekker om, en daarmee was je klaar.

Bij de zware klei moest je rechte voren ploegen, want deze voren waren de gehele winter voor ieder zichtbaar; bij kromme voren kreeg je dat in het dorp te horen, “hij kan geen rechte voren ploegen met de zeer beperkte trekkracht.”

Dit land lag dan van 1 november tot 1 april geploegd op de zgn wintervoor.

3 januari 2015

Jan Reijnen

Galerij
Tag / Lijst: Dagelijks leven, Boerengebruik, Ambachten, Puiflijk

Dit verhaal met uw ervaring aanvullen? Klik hieronder!

aanvullend verhaal plaatsen

Meer verhalen

De sprookjeswereld van de krozenboom

25 augustus 2015
Paul Hoftijzer
Video

Hanenkraai wedstrijd

30 oktober 2015
Dinant Rohaan
Video

Verlichtingsdagen

10 december 2015
Alfred Sprong

In de ban van het Corsovirus

28 april 2015
Stichting Bloemencorso
Video

Nijmeegse Vierdaagse

09 mei 2014
Marc Wingens
Galerij

Tik takken

05 juli 2015
Dick Jagtenberg
Galerij

De Grolse wanten

12 mei 2014
T.ten Dolle ten Pas
Video

Zwarte Cross

23 maart 2015
Tante Rikie

Kruudmoes

02 juni 2014
Gerry

Pannenkoek met worst

12 mei 2014
Reini Meutstege
AudioVideo

De zoute ringen van Herwijnen

16 januari 2015
Dittie van Zee

Het vat leegmaken

17 september 2015
Ap Dieker

Poortklokluiden

12 mei 2014
J. Kreijenbroek