Dit is de lijfspreuk van mijn grootvader die hij in mijn poëziealbum schreef, zijn oudste kleindochter.
Na mij schreef hij deze tekst ook in de albums van zijn andere kleindochters.
Pas later besefte ik dat de spreuk ook vooral ook van toepassing was op mijn oma. Zij deed
liefdevol, stil en ongedwongen haar werk op de boerderij en stond hem in alles terzijde.

Tag / Lijst: Poëzie, Aalten

Nieuwe Poëzie