In de achttiende en negentiende eeuw was het armoe troef op de schrale zandgronden van de Veluwe. De mensen leefden in eenvoudige hutten en probeerden te overleven als dagloner in dienst bij rijkere boeren.

Jan was een zoon van een dagloner die aan de Plaggeweg in Nunspeet woonde. Jan wist zich aan de armoede te ontworstelen. Hij bedacht een kar met twee brede wielen waarmee boomstammen eenvoudig over de Veluwe vervoerd konden worden: de zogenaamde Mallejan. Zo werd Jan rijk van de houthandel. De hut aan de Plaggeweg werd een stenen boerderij en Jan kon meiden en knechts in dienst nemen. Hij kreeg echter een slechte naam onder zijn arbeiders door zijn harde optreden en gierigheid. Na het overlijden van zijn ouders, had Jan vrijwel geen contact meer met mensen. Toen Jan overleed, werd er van al het geld dat hij moest hebben, niets teruggevonden. Het verhaal gaat dat ergens onder een eikenboom een gietijzeren pot vol met gouden dukaten te vinden moet zijn…

Tag / Lijst: Streek-en volksverhalen, Sage, Nunspeet

Dit verhaal met uw ervaring aanvullen? Klik hieronder!

aanvullend verhaal plaatsen

Meer verhalen

Gebruiken bij de geboorte

05 augustus 2014
albert steert
Audio

De kruisheer van de Nevelhorst

06 maart 2015
Gery Groot Zwaaftink

De sprookjeswereld van de krozenboom

25 augustus 2015
Paul Hoftijzer