In de slecht ontwaterde delen van de rivierpolders was de teelt van Griend de enige vorm van exploitatie van deze gronden. Bekend zijn de griendakker in de delen van de Biesbosch nadat in de afgelopen eeuwen hier slib afzettingen van de rivieren plaatsvond.

De zg Griendcultuur verschafte werk in de vele mandenvlechterijen en zgn. hoepelmakerijen. Voor de opkomst van de kunststof, was bewerkt griend een marktartikel.

Thans wordt op kleine schaal nog wel gevlochten griend gemaakt en verkocht, maar dan meer uit nostalgie.

Het land van Maas en Waal en vele andere zgn rivierpolders bezaten door de slechte ontwatering veel gronden die voor normale landbouw ongeschikt waren. De griendcultuur was het enige product dat op deze drassige gronden was te telen.

De grienden (wilgen) werden gebruikt als een jarig hout voor de mandenmakerijen, en het tweejarig hout werd gebruikt voor de zgn hoepelmakerijen het maken van zinkstukken in de waterbouw. Er waren een tiental soorten van wilgen die voor verschillende toepassingen bruikbaar waren.

Het land van Maas en Waal was bekend om zijn vele mandenvlechterijen waar enkele honderden mensen een bestaan hadden. Vaak was het mandenvlechten een opvulling van arbeid tussen de seizoenen door, als er in de winter even geen werk was.

De eenjarige takken waren het beste te vlechten als deze nog groen waren, maar in de zomer als het geoogste hout droog begon te worden, waren de beroepshalve vlechters het hele jaar door aan het vlechten van manden etc.

 

Bufoven

De gedroogde twijgen werden in een zg bufoven gebufd. De bufoven bestond uit een ijzeren bak van 2000 liter inhoud waaronder een vuur werd gestookt om het water te verwarmen. Om het stookgedeelte voldoende trek te geven werd er een klein schoorsteen bijgebouwd. Deze schoorstenen diende voor de trek in het verbrandingsgedeelte en afvoer van de rookgassen. De oven werd gestookt met resten hout van de mandenvlechterij en dat in voldoende mate beschikbaar was.

Er zijn in Maas en Waal nog 2 van deze bufovens bewaard gebleven. Deze zijn gebouwd na 1940 en zijn tot midden jaren vijftig in gebruik gebleven. Het ietwat gedroogde twijgenhout was hiermede het gehele jaar bruikbaar voor de mandenvlechterij.

Einde jaren vijftig kregen de mandenmakerij en hoepelmakerij grote concurrentie van de ontwikkeling en toepassing van kunststoffen en de loonkosten werden te hoog. En met de sterk verbeterde ontwatering door de uitvoering van de ruilverkavelingen in de periode 1950 – 1970 werd deze bedrijfstak na 1970 nog als hobby beoefend. Op een jaarkermis, jaarmarkt of braderie kom je nog regelmatig mandenvlechters tegen waarbij ze ook hun producten aan de man willen brengen. Regelmatig worden nog mooi gevlochten manden in vele soorten verkocht en worden ze nog toegepast omdat we het nog leuke producten vinden in de tuin of rond het huis.

Enkele mandenvlechters zijn er nog, maar dan als nevenberoep voor de verkoop van nostalgische producten uit eigen streek. De nog aanwezige bufovens zijn al meer dan 60 jaar buiten gebruik voor de grootschalige wilgenteenverwerking.

Jan Reijnen

Categories:: Ambachten Maas en Waal

Meer verhalen

Opbaren in het lijkenhuisje

01 april 2015
Johannes de Jong

Høkbestendige Gebitjens

01 december 2015
Bas Geijs

Een boom vol herinneringen

19 december 2014
Ann 't Hoen

De koningin vertelt over feest in Huppel

14 oktober 2014
Gea Schreurs
Video

Aubade voor Wilhelmina

17 juni 2014
Riny Boersma

Koffie leuten

25 augustus 2014
g.abbink
Video

De doop van examenkandidaten

19 februari 2016
Jan Terbeek

Bennie Jolink wacht nadat Eend is gejat

25 november 2015
Rob Hanhart

Monniken zingen bij zonsopgang

02 april 2015
Stan Hollaardt
GalerijVideo

Roggebroodweging Muldersfluite

30 december 2014
Harry Somsen

Nog één keer Oerend Hard

29 april 2015
Jan Colijn

Het laatste stukje kerkenpad in Puiflijk

05 januari 2016
Jan Reijnen

Verse worst na de nachtmis

05 februari 2015
Mevrouw G.Vach

De Nijkerkse Zonnedagen

26 maart 2015
Museum Nijkerk

Veilig Carbidschieten

13 december 2014
Theo de Klein

De tovenaar en de schipper

26 februari 2015
Gery Groot Zwaaftink