De Nijburg in de Over-Betuwe was een prachtig kasteel dat trots omhoog rees uit de slotgracht. Er gingen wel vreemde verhalen rond over dit kasteel.

Zwarte ridder

De kasteelheren zouden een zwarte hengst hebben die rond middernacht door de dichte staldeuren heen stapte en dan door de lucht stormde, terwijl het ploffen van zijn hoeven op de wolken beneden als zwaar onweer klonk.

De heren van Nijburg waren Diderich en Arend die het machtige slot - een onneembare veste - van hun vader hadden geërfd. Het waren stoere ridders die vaak door de omwonenden in de velden werden gezien, galopperend op hun paarden. Soms zelfs gingen de broers naar toernooien in Gelderland of naar het buitenland. Er werd verteld dat een van de Nijburgers er dikwijls als 'zwarte ridder' op uit trok en dan op de toernooien verscheen op een zwart paard in een zwart maliënkolder of harnas waarop aan de buitenzijde geen kentekenen waren aangebracht.

Ook werd verteld dat de broers in de wapenzaal vaak met elkaar vochten. Tot ver in de omgeving was dan het wapengekletter te horen. Soms worstelden ze, bij wijze van oefening, maar ze waren allebei even sterk en konden van elkaar niet winnen. De broers waren niet alleen vechtlustig, maar soms ook verschrikkelijk driftig. Zo ging het verhaal dat Arend eens een wacht van het kasteel met één klap over de borstwering sloeg, zodat de man in de slotgracht verdronk.

Bij Heteren lag in die tijd een oude boerderij, 'Vorst' genaamd. Ze behoorde aan de heren van Nijburg en die hadden haar voor een groot bedrag verpacht. Over die pacht nu ontstond de ruzie tussen Diderich en Arend. Arend zei dat er te weinig door de pachters werd betaald, maar Diderich stond op het standpunt dat ze die mensen veel te veel lieten betalen. Sommige mensen wisten te vertellen dat Diderich een zwak had voor de boerderij 'Vorst' omdat hij daar eens een mooi avontuurtje had beleefd.

De pacht was een steeds terugkerend onderwerp waarover ruzie werd gezocht en ieder jaar zag de boer van de 'Vorst' zijn pachtheren woorden hebben over de pachtsom als hij kwam betalen. Ze konden het maar niet eens worden en de pachtsom bleef zoals hij jaren was geweest.

Toen er weer een jaar voorbij was en de pacht moest worden afgerekend had de boer het geld in de linnenkast klaarliggen. In de verte zag hij de broers op hun paarden aankomen en ze bleven, zoals gebruikelijk, op de Juffersweerd voor de boerderij staan om het geld in ontvangst te nemen. De boer holde vanaf het veld naar huis om het geld te halen terwijl de heren weer aan het ruziemaken waren over het bedrag dat zou moeten worden betaald. Deze keer duurde het wel erg lang. Van achter zijn raam zag de boer hoe de broers tekeer gingen, zo hard zelfs dat hun paarden steigerden. Ze vloekten en scholden en Arend riep dat de pachtsom omhoog moest. Diderich gaf niet toe en zei dat hij het met Arend eens moest worden om de pachtsom te halveren. Ze raasden en tierden en toen daagde Arend zijn broer uit tot een tweegevecht.

De boer kromp ineen van schrik toen hij zag wat er ging gebeuren en even later hoorde hij het gekletter van de wapens. De strijd scheen weer onbeslist te blijven, maar toen gleed Diderich uit en Arend stak zijn broer dood. Verbijsterd bleef Arend staan toen hij zich realiseerde wat hij had gedaan. Hij had zijn broer in koelen bloede vermoord... Van verdriet wist hij niet meer wat hij deed en hij zette zijn zwaard in de grond en gooide zichzelf erin. Toen Arend en Diderich waren begraven werden de wildste verhalen over hen verteld en er heerste veel geheimzinnigheid rond het verlaten kasteel.

Toen de boer van de 'Vorst' eens tegen middernacht thuiskwam hoorde hij op de Juffersweerd bij zijn boerderij plotseling een vreemd geluid. In het donker zag hij de silhouetten van twee vechtende mannen. Hij zag ook de stoot die Arend Diderich gaf en daarna de zelfmoord... Met een schreeuw en verschrikkelijk ontdaan rende de pachter naar huis waar hij dagenlang ziek is geweest. Hij vertelde zijn belevenissen tegen de dorpelingen en die konden hun nieuwsgierigheid niet bedwingen.

Tegen middernacht gingen ook zij naar de Juffersweerd en dan zagen ze het gevecht op leven en dood van de beide broers. Dat was de straf die de broers kregen. Hun zielen hadden geen rust en iedere nacht opnieuw moesten zij voor hun leven vechten.

Bron: "Spokerijen in Gelderland. Verhalen over reuzen, heksen, witte juffers, weerwolven, ridders en jonkvrouwen uit de 'Geldersche Volks-Almanak' van 1835 tot 1904, 1942 en 1947" opnieuw verzameld en bewerkt door Ria Lissenberg-Hörter. Europese Bibliotheek, Zaltbommel, 1974.

 

Bekijk het fragment uit onze tv-uitzending over dit verhaal:

Video
Categories:: Streek-en volksverhalen Volksverhaal Heteren

Meer verhalen

Video

Carbidschieten

11 mei 2014
Jette

Takkenzwaaien

06 augustus 2014
PR St. Sebastianus
Video

Zaklopen

09 mei 2014
Marleen Klunder
Video

De taal van de molenwieken

22 september 2014
Ans Roefs

Huiskamer Filmfestival Hattem

24 februari 2015
Henderikus Cazemier

Paasvuur in Epe

18 februari 2015
Dhr. Barnhoorn

Tafel dekken en woonkamer wisselen

21 november 2014
Barones van Mariënwaerdt
Video

Het carbidhart

22 mei 2015
Wouter
Galerij

Doopjurk van bruidsjurk

05 februari 2015
Mevrouw J.J.Wijnhoud
VideoAudio

Carnavalsstunt

07 februari 2015
De Oude Gierpont

Bräöderkes of knorhaantjes

05 augustus 2015
Gerhard Kwak

Kladdegat spookhond in Hattem

02 februari 2015
Albert ten Cate
Video

Het kerkelijk gebruik van de doop

12 maart 2015
Anki Rijpma-Smit

De Karbonadekoets

27 juni 2014
Jo Berendsen

Gemis van kroeg als bindmiddel

24 juni 2014
J. le Poole
Video

Popverbranden

10 februari 2015
Wim de Boer

Nog één keer Oerend Hard

29 april 2015
Jan Colijn