Een eenzame ruiter reed in de avond, heuvel op, heuvel af. Even gloeide nog een rosse veeg licht van de ondergaande zon laag tussen de stammen van de bomen. Toen werd alles schemergrijs. De grote nachtvogel vloog over het bos en spreidde breed zijn zwarte vlerken. Het schemergrijs werd grauwzwart, het werd donker tussen de bomen en doodstil. In die stilte stonden de stammen als oude kromgebogen reuzen zwijgend en roerloos, dragend het zware geheim van de nacht. Regelmatig klonk in het duister de eenzame galop van de vreemde ruiter.

 Oude mensen weten te verhalen dat het een Fransman was. Bij een bocht van de weg zag hij in het bos een lichtje schijnen. Het straalde zo vriendelijk alsof het van een gastvrije hoeve kwam waar eenvoudige mensen hem gul zouden huisvesten. Hij stuurde er op aan; het paard echter bleef angstig snuivend staan.

 Nu de hoefslag opeens verstomd was, viel de stilte drukkend neer. De vreemde ruiter klopte zijn paard op de hals en sprak zacht enige woorden tot het dier. Maar het paard bleef staan als op de plek vastgenageld en legde zijn oren in de nek.

 Het lichtje lokte tussen de bomen. Toen gaf de ruiter zijn paard de sporen. Met één schichtige schok sprong het vooruit. Een doffe plomp in het zuigende moeras, een gil en angstig hulpgeroep; maar mijlen in de omtrek was er geen mens die het kon horen.

 De ruiter zag om naar het lichtje. Het was er niet meer. De boze geesten, die onder 't moeras wonen, trokken ruiter en paard snel de diepte in. Nog één versmorende noodkreet en toen sloot zich de stilte weer als een zwarte oneindigheid over het woud.

 Jaren later werden de sabel en de geraamten van de vreemde ruiter en zijn paard opgedolven. Maar wie laat in de stille avond langs de grindweg van Hoog Soeren naar Wiesel rakelings het Ruitergat voorbij gaat, kan soms een klein lichtje zien lonken tussen de bomen en een kreet horen, als een zwakke echo uit lang vervlogen tijden...


 Bron: "Veluwsche sagen" geschreven en verlucht door Gust. van de Wall Perné. Uitgegeven te Amsterdam bij Scheltens & Giltay, 1921, p. 89-94.

Categories:: Streek-en volksverhalen Wenum-Wiesel Keuze van de redactie

Meer verhalen

December-herinneringen aan een banketbakkerij

05 november 2015
Jan Kreijenbroek

D'n donderbeitel

27 maart 2015
Gerhard Kwak
Video

Heggenvlechten, de natuurlijke veekering

29 februari 2016
Hans van Berlo
Galerij

Gatgraven

09 oktober 2014
Halbo Bosker
Galerij

Wolcorso Lievelde

03 maart 2015
Lisette Hissink
Video

Een pinksterpop op ons dak

25 augustus 2014
Ada Kieft
Video

De witte juffer van Kernhem

16 september 2014
Peter

Sociëteit Apeldoorn

18 juni 2014
Gerard Schurink
Video

Welke balkenbrij lust u graag?

08 juni 2015
Annet Joosten

Het vat leegmaken

17 september 2015
Ap Dieker

De tovenaar en de schipper

26 februari 2015
Gery Groot Zwaaftink

Boterlammetje

12 mei 2014
Janna te Peele
VideoAudio

De spookpaarden

07 november 2014
Eric Borrias

Achterhoekse Americana

02 februari 2016
Serge Epskamp

Zo ontstond 'Oldebroek'

28 juli 2014
Dini van der Velde

Driekoningen, ik kan het lied nog zo zingen

06 januari 2015
Marian v't Hullenaar-Seegers

Hansje in den Kelder

27 augustus 2014
Didy Kars

Van ekkes en umme....

05 oktober 2014
annet kooijmans