Over Pinkstergebruiken schreef de streekschrijver Hendrik Odink (1889-1973) op 23 mei 1958 het onderstaande verhaal in het dagblad Tubantia.

In de kerkelijke archivalia van Eibergen, anno 1632 lezen we dat met Pinksteren tremsen boven de straat werden gehangen en dat de daaronder heen gaande passanten voor een drinkgeld werden geschut. Dit geschiedde door de jongelui die nog op vrijersvoeten gingen.

Hetzelfde heeft nu nog plaats door de kinderen wanneer ze hun Pinksterkronen boven de weg spannen zoals tussen Borculo en Ruurlo en elders. Maar hier gaat 't om een versnapering of een paar centen. Niettemin, er is overeenkomst tussen nu en een drietal eeuwen geleden. Het verschil is, dat in die “goede oude tijd" het ging om drinkgeld en de daarop volgende brasserijen, waartegen de kerkelijke autoriteiten voortdurend te velde moesten trekken. Het opmerkelijke is dat hier sprake is van “tremsen". Dit houdt verband met het oude woord voor korenbloem, dat ook thans nog wel in onze Achterhoek voor deze mooie blauwe bloem wordt gebruikt, al ziet de boer haar niet gaarne tussen het koren. In die oude tijden deed de koren  bloem dus blijkbaar dienst als pinksterbloem. Zij werden gevlochten tot een pinksterkroon.

 
Bij het boerderijmuseum De Lebbenbrugge in Borculo hangt ieder jaar nog een Pinksterkroon, vanwege een tekort aan korenbloemen ook versierd met andere bloemen

Zingen onder de kroon

Wat ook wisselde in de loop der eeuwen, de pinksterkroon bleef. In de Gelderse Volksalmanak, nu bijna honderd jaar geleden, schrijft M. A. Amshof, dat het tot minstens 1795 in dit Berkelstadje de gewoonte was dat op de hoge feestdagen met Kerstmis, Pasen en Pinksteren de burgers in vaste gezelschappen samen kwamen om buiten op de straat de gezangen van Sluiter te zingen. Op het laatste feest (Pinksteren) had dit plaats met zekere plechtigheid, midden in het dorp placht men over de straat van het ene huis naar het andere een touw te spannen, in het midden daarvan was een kroon opgehangen.

Onder deze kroon verzamelde men zich in groten getale. Ouden en jongen kwamen bijeen, voorzien van het Sluiterboek of met de liederen in het geheugen, om op voorgang van een achtbaar man, een reeks voor die dag gepaste gezangen eerbiedig, vrolijk en dankbaar, in de openlucht, voor vele luisterende oren aan te heffen en te zingen. Dan hief men onder meer aan uit Eybergens Sanglust:

“Het daghet uit den Oosten

Het licht schijnt overal

Laat ons uw licht vertroosten

O Jezus, hier in 't dal."

Hier is iets van “de heilige poëzie van Pinksteren", door Heuvel aangeduid.

De Pinksterbruid

Volgens mijn moeder, geboren 1847, had dit zingen van Sluiterliederen onder de Pinksterkroon in haar jonge jaren nog plaats, een gebruik wel iets meer verheven dan een drie eeuwen geleden onder de “tremsen", tenzij de geestelijke leidslieden in die dagen een al te groot puriteinsoordeel hadden over die oude volksgebruiken.

Een ander pinkstergebruik waaraan mijn moeder zelf nog had deelgenomen, roept herinneringen op aan het bekende lied van de Engelse dichter Tennyson, in de vertaling van Jacob van Lennep:

“O roep mij morgen moederlief!  bij de eerste scheemring op!

O morgen is 't een blijde dag, dan stijgt mijn vreugd ten top; Geen schoner is er, moederlief! geen schoner ooit geweest, Want, morgen ben ik Pinksterbloem en Koningin van 't feest."

In die dagen toen elke burger er nog een koe op nahield, weidden deze beesten in 't Vree, de gemeenschappelijke weide dicht bij de Mallumse molen. Die dag gingen de jongelingen en maagden gezamenlijk naar deze weide om de koeien te melken. Terwijl door het vrouwvolk de koeien gemolken werden, werden deze door de jongens met bloemen versierd. Daarna volgde het hoogtepunt van de dag: het kiezen der Pinksterbruid. Ze kreeg een kroon van bloemen op het hoofd en een dito krans om het lijf.

Gezamenlijk, terwijl de jongens de jukken met de melkemmers droegen en met de koningin aan het hoofd, trok men zingend naar het dorp terug:

Pinksterbroed, de luier oet!

Der is gin vader of moder in hoes

Ha-we maor eerder op-estaone

Dan hawwe wal eer hen melken egaone

Rozenbloempjes op mien hoed...

Na het afleveren van de melk ging het weer in optocht onder de Pinksterkronen heen, die boven de straat waren opgehangen, vaak wel een vier- of vijftal, alles opgeluisterd door de blijde jeugd. Later bracht men nog gezellig door in een herberg, terwijl nog weer later, onderwijl de seringen geurden en de nachtegaals zongen, Amor zich niet onbetuigd liet. Dit gebruik is lang ter ziele en daar is niets beters voor in de plaats gekomen.

Bekijk hier het fragment uit de tv-uitzending:

Gerelateerde verhalen

Luilakmorgen Luilakmorgen

Video
Tag / Lijst: Feestdagen, Pinksteren, Borculo, Keuze van de redactie, Mei

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Dit verhaal met uw ervaring aanvullen? Klik hieronder!

aanvullend verhaal plaatsen

Meer verhalen

GalerijAudioVideo

Reurei

07 maart 2015
Dini Schepers

Steltlopen in Didam

16 april 2015
Karin van der Velden

Jong gehuwden stukje

07 februari 2015
Gerhard Kwak
Audio

De staaf van de smid

27 maart 2015
Gery Groot Zwaaftink
Video

Midwinterhoornblazen

12 mei 2014
Bert Bloemert
Video

Ganzenhoeders in Gelselaar

29 mei 2015
Herman Wannink

De steen van Deil

10 maart 2015
Harry van Ewijk

Eper Bijenmarkt

15 december 2015
M. de Voogd

Gebruiken bij de geboorte

05 augustus 2014
albert steert

Nieuwjaarsduik, een sociale, frisse traditie

03 februari 2015
Marja Schulenberg-v.d. Werf