In de vele herdenkingsboeken van de landbouw vindt men weinig of niets over de melkbus Een oude oom van mij heeft met deze melkbussen een deel van de dagelijks brood verdiend , hij had een kleine boerderij en om zijn paard en wagen rendabel te maken heeft hij vele jaren een zg melkrit gepacht.

De lokale coöperatieve zuivelfabriek bood bij inschrijving voor een termijn van 3 of 5 jaar een melkrit aan, d.w.z. de melkbussen van de veehouders naar de melkfabriek brengen.

Het vervoer van de bussen vond tot 1963 plaats op landbouwwagens getrokken door paard en later met landbouwtrekkers. Op zo’n landbouwwagen werden afhankelijk van seizoen ongeveer 110 volle melkbussen geladen. s’Middags na beeindiging van de melkrit werd het materieel inzet voor werkzaamheden op de boerderij.

De melkbus in zijn moderne vorm dateert uit de opkomsttijd van de zuivelfabrieken, dus tachtiger jaren van de 19de eeuw. De melkbus had een snelle start, in feite was dit attribuut de aanleiding geweest tot de oprichting van de eerste coöperatieve melkfabrieken in Nederland. Rond 1980 zijn bijna alle melkbussen van de boerderijen verdwenen door schaalvergroting van de melkfabrieken en van de veehouderijen en de ontwikkeling van de melktanks op de boerderijen.

Voor de opkomst van de landbouwtrekkers rond 1960 zijn de melkritten overwegend per paard en wagen uitgevoerd. Het paard kende de route uit zijn hoofd en stopte bij elke melkbus die aan de weg stond ter aflevering bijna automatisch. Sommige boeren vulden hun bussen niet geheel om meer aantallen van bussen aan de weg te zetten, om bij de buren te laten zien kijk eens wat mijn koeien veel melk geven. Soms werkte het averechts de melkrijder klepte dit ook weer overal rond, Want hij moest deze bussen allemaal vervoeren terwijl het aantal best minder was als deze geheel gevuld waren.

Het gerammel van volle en legen bussen op een melkfabriek, het zg bussengeluid, werd niet gezien als lawaai maar hoorde bij bedrijf van het laden en lossen van deze bussen.

De dekselse deksels zorgde nogal een voor hoofdbrekens. Soms onderging een bus een ware martelgang, met een klomp hamer of deksel van de naast gelegen bus werd deze er af geslagen, als het deksel te vast op een bus zat, uiteindelijk kwam dat door verwisseling van deksels in de fabriek of boerderij

Een met geweld opgestampt deksel ging er ook weer met geweld af. Bij het lossen van de bussen op de band werkte de melkrijders samen de een zette de bussen op de band en zijn achterliggende collega trok de deksel er af, met het losse deksel verdween de bus de fabriek in. Door de openroldeuren van de melkontvangst werden de bussen met melk gestort, verdwenen in een bussenspoelmachine en kwamen al rammelend als lege schoon bus met deksel weer te voorschijn op de andere baan en werden met meerdere tegelijk op de kar gezet.

Het was altijd een kunst om hetzelfde deksel op de bus te krijgen in de machine ging dat nogal eens een keer mis, dan was het deksels bij de bussen passen.

Zure melk werd retour gegeven naar de boer deze kwamen separaat voor het storten terug, bij warm weer en of twijfel werd het een alcoholproef snel de kwaliteit getoetst.

Op de bus werd een groot plakkaat geplakt met grote letters zure melk ongeschikt voor consumptie. Deze werd aan de weg gezet bij de betreffende boerderij. Afgekeurde melk was een schande voor de buurt.

Als een fabriek overschotten hadden van karnemelk en of ondermelk, een minderwaardig eind product van een proces werd deze als veevoer verdeeld onder de aangesloten boeren.

Deze bussen moesten na leeg gemaakt op de boerderij weer door de boer worden gereinigd.

De fabriek keurde periodiek de kwaliteit van de melkbussen die eigendom waren van de boeren. Een afgekeurde bus ontving een poster of een grote lik rode verf, ten teken dat deze ongeschikt werd bevonden voor opslag en transport van melk.

Behalve melkbussen werden aan de melkrijder vaak kleine boodschappen en goederen mee geven tot op zekere hoogte. De fabriek was vaak in een groter dorp gesitueerd in de kleine dorpen/gehuchten was verder niets van een smid etc. Het melkgeld werd 2 wekelijks contact uitbetaald aan de boer.

De melkrijder ontving van de fabriek een doos met enveloppen met staat van afrekening en geld van zijn klanten, hier werd nogal eens slordig mee omgegaan, het geld werd in de lege bus langs de weg gedeponeerd, of onder een bus geld op de grond. Het gevolg was dat het geld niet werd gestolen maar zoek raakte in de modder of vast vroor in deze. Bij melkgeld in de bus werd er melk op gestort etc.

Normaal moest de melkrijder het geld aan de boer overhandigen maar als deze afwezig was of ver van de weg woonde. Vaak werd er een bescheiden fooi gegeven bij de aflevering van het melkgeld aan de melkrijder, was ook een stukje motivatie dat zijn bussen redelijk werden behandeld. De kinderen van de melkrijder van 12 tot 15 jaar werden met een tas geld later langs de boeren gestuurd. De fooi was dan voor de spaarpot van het kind, zo’n kind liep dan met een 2 duizend gulden langs de weg.

Tussen 1966 en 1980 zijn de melkbussen uit het straatbeeld verdwenen van de boeren naar de zuivelfabrieken maar ook van de zg melkventers die met melkproducten langs de deur gingen om de melkproducten te verkopen. Vele gezinnen kochten dagelijks enkele liters zg losse melk waarbij een melkventer een paar bussen losse melk op zijn wagen had staan.

Een aantal bussen zijn geëindigd als pronkstuk in een hal of huiskamer met vaak een beschildering van landschap of boerderij. Nu kom je deze pronkstukken, 30 – 40 jaar tegen op een rommelmarkt bij afgedankte interieurspullen.

Categories:: Dagelijks leven Boerengebruik Landbouw Gelderland

Meer verhalen

Fruitcorso

02 september 2014
Sjaan van Es
VideoGalerij

Kersen op brandewijn

08 augustus 2014
Mevrouw van Beuzingen
Video

Smoks Hanne

08 augustus 2014
Harry Somsen

Kaarsjes op Eerste Kerstdag

21 november 2014
Marianne Charbon
Video

De traditionele paasstollen

11 maart 2015
Hugo Jansen
Video

Gezond door kruiden?

13 mei 2015
Elvira van Tinteren

Joodse gerechten in olie

14 december 2015
Paul Hoftijzer

Het laatste stukje kerkenpad in Puiflijk

05 januari 2016
Jan Reijnen

Nog één keer Oerend Hard

29 april 2015
Jan Colijn

De pindasoep uit Ghana naar Beek

26 januari 2016
Corry Vermeulen

Boerenkool met gort

03 februari 2015
Mevrouw van der Hoek

Poppetjes maken van klei

18 juni 2014
Willem Wiegers

De buurt uitschieten

15 september 2015
Willem Arentsen

Fiedeltjesvleis van mijn oma

08 december 2015
Paul Hoftijzer
Galerij

Slachtvisite bij Erve Brooks

20 oktober 2014
Marsman
Galerij

Eieren zoeken bij de Bekmansbrook

11 juli 2014
Gerrit Klokman

Steltlopen in Didam

16 april 2015
Karin van der Velden

Martinusdag

26 maart 2016
Mare Tip (6 jaar)

Streekroman brengt tradities in beeld

22 maart 2016
Gerda Geven en Marjon Hoeks